Kredietloos ii
Een telefoongesprek later heb ik een derde verklaring voor waarom mijn kredietkaart niet werkte gekregen, en volgens de mevrouw aan de telefoon zou het deze keer echt waar de echte reden zijn.
Het ging iets in de zin van “ah ja meneer de kaart is geblokkeerd tot… ik ga eens kijken… oh, maar dat zou moeten in orde zijn meneer! geen probleem, komt in orde!”
En dan zei ik iets in de zin van “en tegen wanneer komt dat dan in orde?” — met in het achterhoofd “ik zal toch geen uren moeten wachten of zo?”.
En toen zei de mevrouw, niet eens een poging doende om opgewekt te klinken, “dat komt in orde op twee bankdagen meneer”.
Waarop ik dacht “dat menen ze niet, dat het pas zaterdagavond in orde zal zijn?”
Maar de mevrouw kon mij al meteen verduidelijken dat als ik op vrijdagochtend om 9 uur bel en zij zegt twee bankdagen, dat dat eigenlijk wil zeggen “dus dat zal dinsdag ten laatste woensdag zijn meneer”.
Ah ja, want vandaag is geen bankdag wellicht, en zaterdag ook niet, en het begint pas te tellen op maandag en dan plus twee, dat is maandag… dinsdag… en dan give or take een paar uur of zo, misschien dat het pas woensdag zal zijn?
Banken anno nu: ik kan mij inbeelden dat daar binnen een paar jaar eens hartelijk mee zal gelachen worden. Zo van “weet ge nog, in de tijd?”
Geen krediet
Ik versta er niets van, van de mensen van de bank. Eind april beginnen ze te bellen, gemiddeld een of twee keer per week, dat ik mijn nieuwe kredietkaart moet komen halen.
Ik zeg ze dat ik ga proberen iets te regelen en te zien of ik langs kan komen—de bank is in Destelbergen, ik ben in Gent: niet evident zonder auto en met die bloederige openingsuren van de bank ook altijd.
Enfin, het komt er niet echt van, maar ik lig er écht niet van wakker: mijn kredietkaart is nog geldig tot eind augustus, en het zou al erg moeten zijn als ik op vier maand tijd geen enkele keer tot aan de bank zou kunnen raken.
Ze blijven bellen, en uiteindelijk geef ik er aan toe. Ik werk nog altijd, maar ik geef een volmacht en allerlei nodige documenten zodat Sandra mijn nieuwe kaart kan gaan afhalen.
En dan loop ik een paar dagen rond met twee kredietkaarten op zak. Ik kan nog betalen met de oude, merk ik als ik zonder veel nadenken iets koop on-line: als mijn oude kaart opgezegd zou zijn, zou een aankoop via de App Store niet meer mogen lukken, maar het lukt wel nog.
Tot gisteren, als ik een upgrade van Macos, de Spanjaard die het operating system op mijn laptop verzorgt, wil kopen. Okay, kaart opgedoekt, niets aan te doen, ik zal dán wel eens mijn nieuwe kredietkaartgegevens ingeven. Maar nu moet ik naar Brussel, snel een kaartje online kopen bij de NMBS.
Op de site van de NMBS en na de verplichte rigmarole van steek-uw-kaart-in-uw-plastieken-bakske-en-doe-wat-we-u-zeggen: zero op het rekest. Ongeldige transactie. Op mijn nieuwe kaart. Huh? Oude kaart erin, rigmarole bis: ongeldige transactie. Nieuwe kaart er weer in, ik zal toch niets verkeerd getypt hebben? Ongeldige transactie.
Bon, ik naar mijn online banking gedoe: de oude kaart is niet meer actief, de nieuwe kaart staat geblokkeerd.
Zucht. Op de nationale feestdag, en ge van hier dat de bank morgen wel open zal zijn.
‘t Is vakantie dus ik ga ervan uit dat er een permanentie zal zijn ergens in Brussel, en jawel hoor: er staat een noodnummer op de website van de bank. Druk twee voor Nederlands, op geen tien seconden heb ik een Franstalige mevrouw aan de lijn die zeer goed Nederlands spreekt.
- Hallo, ik heb een probleem met mijn kredietkaart. Ik heb ze nog maar net ontvangen, ik heb er nog niets mee kunnen betalen en als ik op on-line banking ga kijken krijg ik de boodschap dat de kaart geblokkeerd is.
- Meneer, mag ik uw bankrekeningnummer? En uw naam en geboortedatum?
- Zeer zeker, bij deze: [yada yada]
- Ah meneer, ik zie dat uw kredietkaart geblokkeerd is.
(Paging Captain Obvious.)
- Inderdaad. Kan daar iets aan gedaan worden? Ik heb voldoende krediet, ik heb de kaart nog nooit kunnen gebruiken maar ik zou ze wel graag zo snel mogelijk gebruiken.
- Ah meneer, u moet de kaart nog activeren. Gewoon in een automaat steken en uw pincode ingeven en dan kan u ze gebruiken.
- Oh. Om het even welke automaat?
- Jawel meneer, om het even welke automaat. U moet een transactie doen, en dan kan u de kaart gebruiken. Want nu is ze nog niet gebruikt. En eens u ze gebruikt zal u zien dat ze niet meer geblokkeerd staat.
(Hang on. Ik ruik een rat.)
- Euh, ja, maar. Ik héb ze al proberen gebruiken. Is een transactie op internet ook goed om de kaart te deblokkeren?
- Ja meneer, om het even welke transactie. Maar als u nu niet meteen iets te kopen heeft op het internet, kan dat ook in om het even welke automaat.
(“Nu niet meteen iets te kopen op het internet”? In welk parallel universum leeft die mevrouw eigenlijk?)
- Ha, maar dat is het juist: ik heb gisteren en vandaag al een paar keer geprobeerd om iets te kopen met mijn nieuwe kaart, en dat is niet gelukt.
- Oh, echt? Dan ga ik even kijken… inderdaad, ik zie dat de kaart niet geactiveerd is.
(Gnnnn.)
- En wat moet ik dan doen om de kaart te activeren?
- Sorry meneer, dat is een andere dienst die dat doet, en die dienst is vandaag niet open. Kan u morgen eens terugbellen?
Aargh!
Elders over misschien hetzelfdeViva la democrazia!
Morgen krijgt het Field Liberation Movement, die bende luddieten die het een goed idee vinden om wetenschappelijke experimenten manu militari naar de kloten te helpen weet u nog, de Prijs Jaap Kruithof 2011.
Vorig jaar werd die prijs nog zo omschreven:
De Prijs Jaap Kruithof wordt uitgereikt aan vernieuwende en radicale denkers over een democratische en rechtvaardige samenleving en/of ijveraars voor meer sociale gelijkheid of actievoerders tegen maatschappelijke wantoestanden
De prijs ging in 2010 naar godsdienstsocioloog en bevrijdingstheoloog François Houtart. Het juryverslag zei onder meer
François Houtart is voor iedereen die streeft naar een ‘andere wereld’ een inspiratiebron, niet enkel door zijn grenzeloze intellectuele inzet, maar ook door zijn menselijkheid, zijn vriendelijkheid, zijn beschikbaarheid voor anderen, kwaliteiten die de linkerzijde in België en in Europa bijzonder goed kan gebruiken.
De prijs ging in 2009 naar Frans Wuytack:
“Overal waar Frans Wuytack woonde, werkte of verbleef organiseerde hij het verzet tegen dictatoriale machten en streed hij aan de kant van de zwaksten voor een rechtvaardige en sociale samenleving.
Of het nu in de barrio’s (sloppenwijken) van Caracas was als priester-arbeider, tijdens de grote Dokwerkersstaking in 1973 als havenarbeider in Antwerpen, in Spanje tijdens een staking tegen fascistische nep-syndicaat van het Francoregime in Tarragona (Catalonië), en opnieuw in Venezuela, eerst in de guerilla en daarna opnieuw in de sloppenwijken van La Vega.
De twee eerste Prijzen Jaap Kruithof gaan naar moedige personen, die een heel leven tegen de stroom in gevaard hebben en varen, en die streven naar rechtvaardigheid en democratie.
*
* *
Dit jaar gaat de prijs naar een warrig collectief dat al sinds ruim maart 2011 bestaat. Dat op zijn actief één wapenfeit en één agendapunt heeft, het “protest” tegen genetisch gewijzigde organismen in Wetteren. Daar werd een proef gedaan met aardappelen en één van de zevenentwintig geteste soorten aardappels was er een van BASF — een goede reden voor de kerels van het Field Liberation Movement om er meteen ook een amalgaam van “oh ja, ook neen aan de agrobusiness” van te maken.
Het moet zijn dat ze daar bij Democratie 2000 en Trefpunt toch ergens beseffen dat er nattigheid is, want hun juryverslag dit jaar begint al meteen in de verdediging:
De prijs Jaap Kruithof gaat dan ook naar een persoon of vereniging die een bijdrage geleverd heeft aan een vernieuwend en radicaal denken over de democratische samenleving ofwel een radicale actie gevoerd heeft om wantoestanden in onze samenleving aan te klagen.
Het is zonder meer duidelijk dat het Field Liberation Movement valt onder de laatste categorie. Zij hebben door hun geweldloze actie de totale vermarkting van de landbouw op uitmuntende wijze in vraag gesteld, en een ongezien publiek debat opgestart.
En laat ons duidelijk zijn, mocht Jaap Kruithof nog hebben geleefd, hij zou de slappe lach hebben gekregen mocht men de actie (patatten uittrekken) als gewelddadig hebben omschreven, laat staan dat hij zich zou hebben kunnen voorstellen dat de minister-president het over ‘bendevorming’ zou hebben. Dat zou hij pas een vorm van geweld hebben gevonden.
Qua poging tot framing kan het tellen: het gaat natuurlijk niet om “patatten uittrekken”, net zo weinig als een laboratorium (proberen) vernielen zou gaan om “och here wat reageerbuiskes kapotmaken”.
Dit soort mensen, dat denkt dat het het recht heeft om geweld te plegen vanuit hun eigen grote gelijk, is maar een haar verwijderd van de schrijver van Industrial Society and its Future.
Mensen die er veel meer van afweten, kunnen het over de wetenschappelijke achtergronden hebben. Wat mij betreft: als iets niet mag, dan gaat men in een land als België naar de rechtbank. En als er geweld gepleegd moet worden, dan gaat men in een land als België naar de politie.
Het recht in eigen handen nemen en dan naast judge ook nog eens jury en executioner zijn, is niét iets waarvoor men een prijs zou mogen krijgen.
Signing off
Vandaag iemand jong over de vloer gehad op het werk. Een juffrouw die een grafisch ontwerp aan het maken is, en die zo jong is dat ik denk dat ze nog maar net geboren was toen ik mijn eerste website maakte.
Vanmiddag op Google+ het gehad over feedreaders in de vroege jaren 2000, en gemerkt dat op Wikipedia de artikels over AmphetaDesk en NewsGator verwijderd zijn, jaren en jaren geleden, wegens “dode software en niet relevant”.
Zucht.
Ik denk dat ik maar eens in bed kruip. Morgen thuis werken, donderdag en vrijdag op het werk werken, dan weekend, dan nog een week werken en dan twee weken vakantie.
Misschien had ik er beter drie weken van gemaakt, bedenk ik al een tijd. Wegens dat het schaap écht de preute af is: ik ben been-, been-, beenmoe.
En na de vakantie is het dan bijna eerste leerjaar voor Anna en eerste humaniora voor Zelie.
Πάντα ῥεῖ en plus ça change en all that crap.
Elders over misschien hetzelfdeWoordenschat
Ze zoeken naar volk om de test te doen, dus haast u erheen. En eerlijk zijn hé!
De woorden, trouwens, waar ik geen definitie van kon geven (maar nu dus wel en voor heel lang in de toekomst, want ik vergeet dergelijke dingen dan niet echt meer):
pother (woord van onbekende oorsprong, verschijnt in de literatuur in de vroege 17de eeuw.
- A choking smoke or atmosphere of dust. to kick up a pother, to raise a choking dust.
- a Disturbance, commotion, turmoil, bustle; a tumult, uproar; a noise, din. Cf. dust n.1 5. b transf. A verbal commotion, stir, or fuss.
- Mental perturbation or tumult; trouble, fuss; display of sorrow or grief.
vibrissæ (van het Latijn vibrāre, vibreren — ik dacht dat het trilharen waren maar ik was er niet zeker van; blijkt in eerste betekeneis neusharen te zijn)
- Anat. (See quots.)
1693 tr. Blancard’s Phys. Dict. (ed. 2), Vibressæ, the Hairs in the Nose. 1704 J. Harris Lex. Techn. I, Vibrissæ, are the Hairs which grow in the Nostrils: They, with the Mucus, which the Glands separate, stop any Filth from ascending too high up into the Nostrils. 1839–47 Todd’s Cycl. Anat. III. 730/1 Those hairs‥ which converge from the inner circumference towards the centre of the nostril.‥ These hairs are of the kind named vibrissæ. 1875 Encycl. Brit. I. 885/1 The vestibule or entrance to the nasal chamber‥is studded with numerous short hairs or vibrissæ. - Zool. Stiff or bristly hairs, esp. those growing about the mouth or other parts of the face in certain animals.
- Ornith. The coarse hairs or bristles growing about the rictus of certain birds, esp. of insectivorous species.
williwaw
-
A sailor’s (whaler’s, etc.) name for a sudden violent squall, orig. in the Straits of Magellan.
opsimath [ad. Gr. ὀψιµαθής: see next.]
- One who begins to learn or study late in life.
1883 Ch. Times 9 Feb. 97 Those who gave the name were not simple enough to think that even an opsimath was not something better than a contented dunce. 1883 Sat. Rev. 3 Feb. 159/1 [He] is what the Greeks called an opsimath; not ignorant, but a laggard in learning.
Ha!
De grootste kleine jongen van de straat
Jan is het sport spelen roepen voetbal stevig gespierd groot lawijd recht door zee kind hier in huis. ‘t Heeft er misschien ook mee te maken dat hij precies al leest als een kind uit het veel meer dan eerste leerjaar: ik schat hem altijd ouder dan hij eigenlijk is.
Hij zou volgend graag met Anthony en Jasper in de klas zitten, en ook met Maurice maar dat laatste zal niet lukken waarschijnlijk want ze praten teveel met elkaar. Hij zal volgend jaar weer voetbal doen, en de A-ploeg en de B-ploeg gaan door elkaar geschud worden, en de ploeg van Enzo was heel veel verloren en de ploeg van Kurt was heel veel gewonnen — en Jan weet niet precies wie waar gaat zitten, maar hij blijft alleszins bij Kurt, want de nieuwe trainer is er nog niet, en neen, ik heb ook geen idee wat hij er precies allemaal mee bedoelt en wat het écht is, maar Jan kan er met zoveel sérieux over vertellen dat het is alsof hij over de transfermarkt in eerste provinciale aan het spreken is, en dat hij echt jaren ouder is.
Hij is een boek aan het lezen van een wolf en een weerwolf, en hij vindt het een wijs boek, en hij had ook net een voetbalboek uit dat ook wel goed was. En nu is hij op de computer aan het spelen, een spel waar hij als een reuzengrote kip in Teheran tegen een robot vecht, en het lijkt alsof hij even oud is als Louis: nog zeventien meter en dan kan hij twee dingen van 50 kopen om zijn kip sterker te maken, en waar precies ligt Johannesburg? En kijk, ik kan ze gewoon duizelig maken en dan liggen ze op de grond: next level!
En dan vraagt hij plots of ik iets kan uitprinten dat hij kan kleuren, en wil hij een vogel! en denk ik dat het een arend of een gier of zo zal zijn, maar wordt het Tweety op een achtergrond van bloemetjes. En een konijntje.
En dan is hij weer zes jaar, en vindt hij het zo spannend dat hij op weg is naar het tweede leerjaar, en smelt ik helemaal.
Ik heb gewacht tot zijn tekening klaar was, en dan hebben we samen brownies gemaakt: hij acht eieren gebroken en gemengd met 800 mg suiker en 4 pakjes vanillesuiker, hij 460 gram boter afgewogen en 300 gram chocolade, ik boter en chocolade gesmolten, hij boter en chocolade bij de eieren en de suiker gemengd, ik 360 gram bloem gezeefd, en wij samen de bloem bij de rest gemengd. En dan samen de schotels ingevet, ik het beslag uitgegoten, en hij het beslag plat verdeeld en de pan uitgelekt.
35 minuten in een oven die op 160° voorverwarmd was later: twee plateaus vader-zoon-bonding right there.
Ik ben heimelijk wel content dat hij te ziek is om in de plensende regen Gentse Feesten te doen. En dat zijn vriendje uit de straat er niet is en dat we dus alleen samen zijn. Quality time!
Zo fier als een gieter
Louis heeft zijn eerste eigen volwassenenboek gekocht. Ik hoop zo enorm van ganser harte dat hij het even fantastisch vindt als ik mijn eerste shlock vond toen ik klein was.
Ik had het gemakkelijker: bij mijn vader stonden er naast een paar duizend Engelstalige (die ik toen niet kon lezen) een veel grotere stapel Franstalige en zelfs een paar honderd Nederlandstalige science fiction, fantasy en horrorboeken.
Ik heb, vrees ik, alleen maar Engelstalige boeken staan. En dus is het wat lastiger voor de kinderen om mijn boeken nu al te lezen — om nog te zwijgen van de elfendertig andere dingen die ze nu kunnen doen en waar ik in mijn tijd alleen maar van kon dromen : televisie kijken, computer, vriendjes…
Afijn.
Louis stond daarnet bovenaan de trap en ik was er eigenlijk ondersteboven van hoe groot hij al is. En nu heeft hij dus zijn eerste boek voor volwassenen gekocht, de Nederlandse vertaling van Tyrannosaur Canyon.
‘t Is geen goed boek, maar dat maakt niet uit. Met een beetje geluk is hij vertrokken voor de rest van zijn leven.
Niet verloren op de digitale zee
Ha, wat zei ik, dat ik misschien wel een account verloren was? ‘t Is allemaal terug in orde!
Ik stuurde een mail, en dan nog een, en dan nog een, en uiteindelijk kwam ik voorbij de onzichtbare tot-hier-gaat-ons-automatisch-script-muur, en kreeg ik iemand echt aan de e-mail:
Hello Michel,
Thank you for contacting Flickr Customer Care. I understand that you would like to access your Flickr account but you are unable to write from the alternate email address associated with it.
I apologize for the inconvenience this may have caused you. I’ll be glad to assist you. To send you the Yahoo! ID associated with your account, we need to verify you as the owner. For account verification purposes, please reply with the answer to the following questions instead:
1. Date of birth
2. Secret Question & Answer “geheime vraag alhier“
3. Postal Code & Country
4. Alternate email address
(en dan nog een stapel instructies)
Ik antwoord die mensen direkt:
1. Date of birth: 27 August 1970
2. Secret Question & Answer: I’m not sure. It’s either antwoord A or antwoord B
3. Postal Code & Country: 9000 (Gent), Belgium
4. Alternate email address: I do not remember, and that’s exactly the problem. If I knew the alternate e-mail address I could use it to retrieve my account information. The e-mail address is either A, B, something @zog.org (e.g. C@zog.org, D@zog.org, naam@zog.org, naam2@zog.org, etc.) or something @naam.net (e.g. A@naam.net, B@naam.net, info@naam.net, etc.)
…waarop ik meteen een mail terug krijg:
Thank you for writing back to Flickr Customer Care.
Michel, to log in to the Flickr account at: http://www.flickr.com/photos/naam/ using the Flickr screen name: Flickrnaam.
You will need to use the Yahoo! ID that you used when you created or merged the account. The Yahoo! ID associated with this account is: yahoonaam
Yiha! Ik ben weer aangemeld! Dankuwel Yahoo! / Flickr / call center in Podunk, Godweetwaar!
Verloren op de digitale zee
Ik heb sinds pakweg 1989 wellicht honderden accounts aangemaakt, op allerlei verschillende diensten. Mijn gebruikersnaam is bijna altijd hetzelfde gebleven en ik heb een Systeem voor wachtwoorden.
Als ik mijn wachtwoord zou vergeten zijn ergens, kan ik het wel altijd terugvinden: ik heb sinds de jaren 1990 een catch-all op @zog.org en dus kan ik gemakkelijk emailadressen genre website@… aanmaken, en op mijn adressen @netpoint.be en @griffo.be na, die ik toch nooit gebruikte voor persoonlijke dingen, worden al mijn oude adressen proper geforwarded naar mijn huidige e-mailadres.
Alles gaat goed, dus, tot ik ergens een scheiding wil maken tussen mijn eigen dingen en dingen die ik voor andere mensen maak, en dat die andere mensen daar dan niets mee doen, en dat ik drie-vier jaar na datum de draad terug wil/moet oppakken.
Ik had in 2007 een domeinnaam gekocht, hosting gekocht, er een website op gezet, een Google Apps-ding geactiveerd, daar een reeks acounts op aangemaakt, een Flickr-account geregistreerd, vanalles. Er is uiteindelijk niets mee gebeurd, zo gaat dat nu eenmaal soms.
Nu zou er wél iets mee gebeuren, en wil ik dus terug inloggen op al die dingen. Domein kan ik aan. Website is een kwestie van de logingegevens opsnorren. Google apps was een kwestie van Google een mail te laten sturen naar het alternatieve adres van de administrator (dat nog altijd, wegens nooit gebruikt door die mensen dus, een @zog.org-adres was), en dan het wachtwoord van de verschillende accounts (last login 02-20-2008, zucht) te resetten.
Helaas: Flickr werkt tegen. Ik moet inloggen met een Yahoo!-account, maar ik weet begot niet welke account ik daarvoor aangemaakt heb. En als ik naar Yahoo! mail om te vragen welke account ik had, gegeven de Flickr-account en het (begin van) bewijs dat die van mij is (kijk, dezelfde foto in hun stream in 2008 als in mijn eigen stream in 2008, kijk, dat is mijn dochter, kijk, ik ben eigenaar van de domeinnaam waar de usernaam naar verwijst, kijk, kijk, kijk) – dan vragen ze mij om een mail te sturen vanop het “alternative e-mail address” dat ik gebruikte voor die Yahoo!-account.
En dat weet ik dus niet meer. Dat kon namelijk vanalles zijn, van “flickrvooranderemensen@zog.org” en allerlei alternatieven via de catch-all van @zog.org, tot “flickrdinges@googleappsdomein.net” via de catch-all van @geregistreerd-domein-voor-die-mensen.
Aaargh! Ik ben al een tijdje in een half dovemansgesprek met duidelijk zuidoostaziatische mensen die verdacht Amerikaanse namen hebben, maar een hele reeks “Dear Sir, Am I understanding correctly you are to be wanting ABC? Best Regards, Lynda” later: het vordert niet echt.
Straks wordt die Flickr-account een zoveelste zombie op het internet. Snirf.
Elders over misschien hetzelfdeOK USA
Ah, blast from the past.
Dat is nu al, even tellen, 23! jaar dat ik op gezette tijdstippen met een grijs en één of twee duimen in de lucht “OK USA” zeg om aan te geven dat iets in orde is.
Het moment in de film –Bloodsport, met een zeer jonge JCVD– was episch: ze zijn op stap naar de Kumite, in achterbuurten in sloppenstraten en alles, en dan worden ze tegengehouden door zeer ethnisch uitziende Aziaten, en het ziet er allemaal verkeerd uit te gaan draaien, en dan:
Commentaar van ene Bones 98, drie jaar geleden, op Youtube: “I always say OKAY USA and people think Im retarded. ehhh. It’s fucking hilarious” – well, count me in. Geen mens die weet waar ik het over heb, maar ik blijf het zeggen.
Elders over misschien hetzelfdeDone!
Read ‘em and weep: de belastingen zijn ingevuld en doorgestuurd, hoezee, hoera.
Wat is mij dit jaar opgevallen?
Dat ze vanalles weten van loon en leningen bij de Staat en dat ze eigenlijk veel meer dan dat zouden mogen weten van mijn part, dat verdorie heel die brief ingevuld kan worden tegelijk.
Dat ze zelfs weten van de goede doelen die ik steun, maar blijkbaar niet van alles (van de Unicefs van deze wereld zit er elk jaar automatisch al een attest in de attachments bij Taxonweb, maar van ons gekocht kindje in Ginderachter, daar weten ze blijkbaar niets van en dat moeten we dan manueel ingeven).
Dat het lastig is om die Taxonweb in gang te sleuren, met de antedoluviaanse eID-lezer-zooi ook altijd, en dat het jaar na jaar lastiger word. Oei meneer, een veel te nieuwe browser! Oei mevrouw 64 bits mevrouw, wat moeten we daar nu meer aanvangen?
Dat het er ugh yuck bleah uitziet, met al die knoppetjes en bannertjes en crud overal, en met het knullige OK USA-afbeeldinkje en alles:
…maar dat het ondanks alles toch redelijk degelijk werkt in de praktijk. Traag, en vies, maar robuust, toch wel: ik had wegens een Fehlleistung (Mac-via-VNC-naar-PC-gedomme-de-appelken-toets-is-niet-ctrl-op-PC-aaargh-mijn-werk-is-allemaal-weg!) een wenster gesloten, en toen ik de browser weer open deed, kon ik gewoon weer verder doen waar ik gestopt was.
En dat ik ontieglijk content ben dat Sandra alle voorbereidselen voor die aangifte gedaan heeft. Ik zou zot gedraaid zijn van al die papieren met geld erop.
Elders over misschien hetzelfdeEchappé belle
Ha, Sandra was weer eens bijna dood met de auto vandaag: de embrayage door! In het midden van een kruispunt aan de Weba!
Maar alles in orde, dus. Heh.
Appeltaart
Ik liep al een paar dagen in mijn hoofd met een gedacht van “ik wil echt wel eens een clafoutis maken”.
Vandaag was dat omgeslagen naar “ik wil eigenlijk gewoon de appeltaart van mijn moeder maken”: dat is eigenlijk ook een soort clafoutis. (Voor wie geen zin heeft om naar Google te trekken: hierzo uitleg in het Nederlands, hierzo recepten in’t Frans.)
Ik heb vanmiddag gebeld ter bevestiging, en ‘t is zoals ik vermoedde: er is geen recept voor. En het komt neer op wat ik ongeveer vermoedde: ‘t is met ongeveer pannenkoekendeeg.
Vanavond dan maar op de poef, zonder recept en zonder zelfs maar een half recept te volgen, helemaal voor het eerst gemaakt, en al zeg ik het zelf: ‘t is redelijk gelukt.
Nodig
- voor de appels:
- appels (ik heb een zak vol Jonagolds genomen, geen idee hoeveel het precies was, ik vermoed een appel of acht)
- suiker naar smaak
- kaneel
- voor het deeg:
- een kleine halve kilo zelfrijzende bloem
- 100 gram suiker (waarvan drie pakjes vanillesuiker)
- 8 eieren
- een liter melk
Werkwijze
Warm een over voor op 150°.
Schil de appels, doe ze in vier en haal de klokhuizen eruit:
Karamelliseer de appels lichtjes, met suiker en kaneel naar smaak, en giet ze uit in een ovenschotel (euh ja, ons vuur moet eens grondig gekuist worden):
Doe de bloem in een pot met de suiker, meng, maak een put in het midden, doe de eieren in de put:
Haal uw beste staafmixer of klopper boven, klop de eieren luchtig en meng er al kloppend de liter melk bij. Meng beetje bij beetje de bloem erbij (en haal er indien nodig een lepel bij, dat er geen klodders bloem aan de rand van de kom blijven hangen). Als het beslag glad aanvoelt, kap het over de appelen:
Steek de ovenschotel in de oven. Hoe lang? Euh, geen idee. Ik dénk dat hij er meer dan een uur in gezeten heeft, en ik denk dat ik volgende keer de oven iets warmer zet. Als de bovenkant dreigt teveel uit te drogen en/of aan te branden (wat bij mij het geval was): haal de schotel uit de oven en doe er een vel zilverpapier op.
Dat geeft dan dit:
Laten afkoelen tot lauw, en het zakt allemaal nog wat in, dat het deeg/beslag ook wat vaster wordt:
Drie kinderen en een half uur of zo later:
Uitstekend, vermoed ik, met een bolletje vanille-ijs (dat zal dan voor de volgende keer zijn). Lekker, en (denk ik) een recept dat niet kán mislukken.
Als er eventueel beslag zou overblijven, trouwens — ideaal voor pannenkoeken:
Bedriegtenboek
Ping! zei mijn email vanmorgen, en hopladiejee:
Ik neem mij dan altijd voor dat ik heel heel langzaam ga lezen, en ik houd dat dat een paar dagen vol, maar dan schiet het verhaal in gang, en is het tóch op een dag uit.
Ah: ik herinnerde mij dit weekend plots waarom ik gestopt was bij boek 3. Dat was in de hoop dat ik de rest van de boeken in één trok zou kunnen uitlezen. Helaas: toen ik op het einde van boek 4 kwam, zei George R.R. doodleutig dat ah ja, inderdaad, er zijn een hele reeks hoofdpersonages die niet eens voorkomen in boek 4.
En dat dat was omdat hij geen zin had om de helft van een verhaal te vertellen over alle personages, maar dat hij liever het volledige verhaal vertelde over de helft van de personages.
En zo zitten we dus met boek vijf, dat eigenlijk deel vier is, en er moeten nog twee boeken komen. Van ganser harte gehoopt dat het niet twee delen zijn van telkens twee boeken. En nog van ganserer harte gehoopt dat er niet wéér zes jaar tussen twee boeken zit.
Want het ergste van al: boek 3 eindigde met een cliffhanger die in boek 5 geresolved wordt, maar aargh! boek 4 eindigt ook in een cliffhanger, en die wordt dus niét geresolved in boek 5!
Awoert eindeloze series!
Terug in 1985
Zelie is niet alleen naar het buitenland vertrokken (ze zit in het verre La Roche), ze is ook terug gereisd in de tijd : ze is niet bereikbaar per telefoon of internet. Electronica is er verboden, en er zijn geen computers in de buurt.
En dus is er niet veel anders te doen dan brieven te schrijven.
Vorige kampen was het nooit echt gelukt om echte brieven te sturen: ze is net vertrokken en dan is het nog niet de moeite, en dan is het een paar dagen later en is het er nog niet van gekomen, en dan is het een paar dagen voor het einde van het kamp en zouden de brieven toch niet toekomen.
Niet leutig voor Zelie, natuurlijk.
En: niet zo deze keer! Ik heb ze bijna iedere dag een lange lange brief geschreven. Met tekeningen erin, en foto’s, en met dingen opgeplakt en ingeniet en uitgeknipt. Soms eens in kleine potloodletters, en soms eens in dikke stiftletter, en soms eens in newsletterformaat compleet met foto’s en call-outs en sidebars ein inhoudsopgave, en soms eens in een mengeling van met de hand en met de computer.
Terug naar de jaren 1980: ik schreef zo onnoemelijk veel brieven, ge kunt u daar geen beeld van vormen. Ik werd er helemaal nostalgisch van.
Behalve dat het wel wat lastig is om brieven te sturen, en niet te weten wanneer ze gaan toekomen. Ik heb dingen in de brievenbus gestoken op woensdag, donderdag, vrijdag, zondag en maandag (twee keer) — en voor hetzelfde geld gaat Zelie, als ze geluk heeft, drie brieven krijgen morgen. En komt de rest niet eens toe.
Verbouwingen en misverstanden
Gnnn, ik had het kunnen weten dat het een misverstand was, die keer dat we zaten te wachten op de mensen van de verbouwing.
Ze hadden ons gebeld op voorhand, dat het wegens onvoorziene omstandigheden niet zou lukken, en een boodschap nagelaten, maar dat was op de vaste telefoon (we moeten dat ding dringend opzeggen, eigenlijk), en daar luisteren wij altijd veel te laat naar.
Dus, oef, gewoon een nieuwe afspraak maken volgende week. En dan kunnen gaan puzzelen met timings en vergunningen en budgetten.
En goochelen met verwarmingen en afvoeren en verlichtingen.
En zoeken naar ruimte met glas en poutrellen en hout en metaal.
S-p-a-n-n-e-n-d.
Waar Danone de melk haalt
Story of my life: ik zag het eerst helemaal zitten, en dan zag ik het helemaal niet meer zitten, en uiteindelijk is het wel meegevallen.
We zijn vandaag op zo’n Danone-doe-eens-een-brunch-en-een-rondleiding geweest, op een echte melkboerderij in de buurt van Wuustwezel.
(En als we het niet hadden geweten en we op het einde geen Polaroidfoto’s van de kinderen en van ons hadden meegekregen in een hoesje van Danone, hadden we niet geweten dat het van Danone was — niet dat wij moeten overtuigd worden van Danone in huis, we zijn zoals vermoed ik veel mensen al generaties grootverbruikers, enfin, in alle geval, ‘t was heel erg aangenaam low-key van die mannen en ik vind ze al meteen sympathieker — aargh! misschien was dat wel het plan!)
In het kort: sympathieke mensen, uitstekend georganiseerd, lekker eten, en interessante rondleiding. En er was ook gedacht aan de kinderen: een eigen aparte rondleiding, springkasteel, kleurgerief, speelgoed en een hele roedel begeleiders en oppassers.
Het is een fijne lijn, zo’n boerderij: die koeien zijn iets tussen beest en machine. Het zijn levende wezens natuurlijk, met wensen en verzuchtingen, die menselijk behandeld (moeten) worden. En tegelijkertijd zijn het machines die voedingsmiddelen opnemen en melk produceren, en die dat zo efficiënt mogelijk (moeten) doen.
Na ettelijke duizenden jaren domesticatie weten we ondertussen wel hoe zo’n beest in mekaar zit, en na uitwassen allerhande in niet eens zo lang vervlogen tijden, moet het zijn dat ze er weer op gekomen zijn dat het eenvoudigweg efficiënter is om de beesten goed te behandelen.
Ik heb daar allemaal propere, sympathieke en gezonde beesten gezien, van het soort waar ge content van wordt.
Nu, een koe: ze gaan dat niet ervan beschuldigen meteen veel nobelprijzen te winnen. En een kinderhand koeienpoot is gauw gevuld: propere stal, degelijk eten, regelmaat die blijkbaar erg belangrijk is, en met wat degelijk inzicht in de psychologie van de koe zijn ze content te krijgen en te houden. Er mogen er niet te veel samen staan, ze hebben zoveel plaats nodig, welke beesten mogen samen staan (ik heb het niet genoteerd, maar er waren denk ik aparte plaatsen voor kalfjes die melk gaan geven, kalfjes voor vlees, vaarzen, net bevallen koeien, koeien die binnenkort gaan bevallen, koeien die droog staan en binnen een paar maand gaan bevallen en die in de wei staan om niet te dik te worden, melkkoeien, stieren…).
Dit bijvoorbeeld, zijn kalfjes die binnenkort opgegeten gaan worden:
En dit is een koe die zeer binnenkort een kalfje gaat krijgen:
En zijn koeien die gaan bevallen maar niet binnenkort, en die in de wei staan om echt genoeg beweging te krijgen dat ze niet te vet worden wegens dat dat niet goed is voor de bevalling:
En oooh kijk dit is een kalfje dat net vanmorgen geboren was:
(Die dingen in hun oren trouwens: da’s om ze van begin tot einde helemaal te kunnen volgen. Over heel Europa krijgt elke koe een unieke code, en als er ergens een biefstuk of een liter melk is, dan kunnen ze heel de levensloop reconstrueren.)
Ik vond het uitstekend dat de kinderen nu een echt idee hebben waar hun melk en yoghurt en kaas vandaan komt. Dat het geen idyllische Heidi is met haar éénpikkel onder een koe op een Alpenweide, maar dat het ook (láng) geen zielig industrieel gedoe is met mishandelde dieren.
Kijk, dit is de oudste koe van de boerderij, 14 jaar oud en 12 keer gekalfd:
En kijk, dit is een ketel vol sperma:
Timing is alles
De tiende aflevering van Game of Thrones was net gedaan, en ik ben beginnen (her)lezen aan de vier boeken van A Song of Ice and Fire.
Ik zit nu, Kindlegewijs, aan 69641 van 75997, dat is dus vermoed ik ergens in de buurt van pagina 3600 van de 4000 of zo. En ik heb heel hard mijn best moeten doen om niet te rap te lezen, want kijk:
Deel vijf komt precies maandag uit. Als ik nog een beetje oplet en niet te veel lees, kan ik meteen doorsteken van het einde van A Feast for Crows naar A Dance with Dragons, whee! Die zal namelijk automagisch op mijn Kindle verschijnen de dag dat het boek verschijnt!
De Kindleversie van boek 1-4, trouwens die ik gekocht heb, is uiteraard vele vele keren handiger dan met vier dikke turven op stap zijn, maarrr… ‘t is toch niet echt ideaal. Geen klagen over de layout of eventuele typ/OCR-fouten, maar daarentegen wel over de niet-bestaande index, de lage resolutie, de slechte inhoudsopgave (default die van boek vier, bah).
Ruimte voor veel verbetering, uitgever van George R.R. Martin. En de reviews zijn navenant — voor zover ik lees is de papieren omnibus-versie écht slecht, met te kleine druk, slechte uitsnijding van de pagina’s, ontbrekende katernen… Trrr, ‘t zal ze leren om snelsnel te proberen incasseren op een succesvolle tv-serie.
Afspraken en verbouwingsnieuws
Ik dénk dat we ervan uit kunnen gaan dat als er afgesproken was om 19u, en het is nu 23u41, dat we de mensen van de verbouwingen niet meer gaan zien vandaag.
Gn.
Aan de andere kant: positief geluid gehoord over onze achtergevel. Enfin, positief… de gevel is niets waard. Dat is dus eigenlijk niet zo positief, maar tegelijkertijd is het eigenlik wel fijn.
Want hij is zodanig kapot en versleten en bijgewerkt en verbouwd en vermoost dat we er eigenlijk wel iets creatiever mee zouden kunnen omspringen dan hem gewoon oplappen.
De keuken die we nu hebben is perfect, op twee dingen na. Ten eerste en ten belangrijkste: we zouden een meter of twee extra in de lengte kunnen gebruiken — een duistere historie van een middenblok dat voorzien was maar uiteindelijk een klein beetje langer was dan we gedacht hadden, en een tafel die maar nét genoeg plaats heeft om te staan en dat het uiteindelijk toch wel lastig is dat we er niet volledig rond kunnen lopen. Ten tweede: de keuken is de donkerste ruimte in het huis.
We zouden aan die twee dingen kunnen verhelpen door zoiets te doen:
De muur verzetten zou al iets zijn, en het zou niet eens zo ver moeten zijn als op het schetsken hierboven, maar als we daar dan zoiets mee doen:
…dan hebben we meteen ook enorm veel meer licht in de keuken. Een meter of twee of zo. Of zo. Misschien.
We moeten dan wel nog langs monumentenzorg. De bouwaanvraag hadden we al, van een tijd geleden, maar misschien moet dat ook allemaal aangepast worden: toen hadden we voorzien om een glazen ding te doen over bijna de hele lengte van de koer, tussen huis en achterhuis.
Afijn. We zien dan wel, als we de mensen van de verbouwingen in het echt zullen zien. Dan.
