De apostelen moeten wandelen 3
Het oude programma voor dit GeldcultureelCafé stelde u de tendoophouding in het vooruitzicht van een nieuw wetenschappelijk genre, de geldcitatenarcheologie. Ik moet u teleurstellen, de plechtigheid is afgelast. Eigenlijk was het programmapunt niet serieus bedoeld. Meer een lokkertje. Om het leed wat te verzachten toch een tweetal citaten.
Het eerste citaat is een geldaforisme van Willem Frederik Hermans. Geen Nederlandse schrijver van formaat of hij heeft zich uitgelaten over geld. Maar het mooiste aforisme is van Hermans:
Geld stinkt alleen als het in andermans zakken zit.
Het tweede citaat is poëzie. Nederlands kampioen bloemlezen Gerrit Komrij bracht in 1987 voor Van Lanschot een bundel bijeen met de volgende titel: Het geld dat spant de Kroon. 250 jaar pecuniaire poëzie. Daaruit twee regels van Pieter Langendyk:
't Geld maakt edellui van boeren,
En van luie meisjes hoeren.
Wie nu het verstandigst zijn, de geklommen boeren of de gevallen meisjes - die vraag, beste mensen, zal vanmiddag wel onbeantwoord blijven.
Dadelijk nodig ik Ewoud Sanders uit met mij plaats te nemen aan de interviewtafel. Als ik hem bij u moet introduceren, dan is het van tweeën een: of u leest de goede krant niet, of u leest de goede krant verkeerd. Hij is dus van NRC Handelsblad, heeft in die krant een vaste rubriek op de Achterpagina. Hij noemt zich taalhistoricus en journalist. Ik bewonder zijn NRC-bijdragen zeer, en ik ben vast de enige niet. De stukken zijn zonder uitzondering onderhoudend en vaak ook scherp. Hij heeft inmiddels ook een massa boeken op zijn naam staan, waaronder Voor een dubbeltje op de eerste rang, dat hij heeft kunnen samenstellen mede dankzij de bibliotheek van het Geldmuseum. Die bibliotheek kan dus niet genoeg worden geprezen, ik maak van de gelegenheid gebruik om het te benadrukken, evenmin trouwens als Ewoud Sanders zelf. Dames en heren, Ewoud Sanders.
