Geschiedenis van geld

Vis voor een varken

een vis

In de oudheid is er nog geen geld. De mensen ruilen goederen met elkaar. Dat is vaak wel behoorlijk lastig. Soms krijgt iemand iets dat moeilijk te bewaren is, zoals vis. En een levend varken kun je niet in stukjes verdelen, dus dat is ook niet handig als ruilmiddel. Andere spullen, zoals zware zakken meel, zijn weer moeilijk mee te nemen. Daarom bedenken mensen andere middelen, waarmee ze gemakkelijker kunnen betalen.

 

 

 

 

zoutstaaf

Zout en schelpjes

Een van de eerste betaalmiddelen is zout, dat vroeger heel kostbaar was. De Romeinse soldaten uit de tijd van Julius Caesar kregen hun salaris in zout uitbetaald. ‘Zout’ is in het Latijn ‘sal’. Ons woord ‘salaris’ is daarvan afgeleid, het betekent ‘zoutvoorraad’. Maar zout als betaalmiddel heeft ook nadelen. In de eerste plaats moet je het natuurlijk goed droog houden. Ook is het niet overal evenveel waard. Vlakbij zee is zout goedkoper dan in het binnenland.