Met klinkende munt betaald
Muntcirculatie in de beide Limburgen 1770-1839
In de Van Gelderlezing, die hij op 18 november 2010 in het Geldmuseum in Utrecht hield, heeft dr. Joost Welten (freelance historicus) de eerste resultaten bekend gemaakt van een nieuw onderzoek naar geld. Met dit onderzoek wil hij de kloof dichten tussen numismatiek en sociaal-economische geschiedenis. Het biedt antwoorden op vragen die tot nu toe niet aan bod zijn gekomen bij de behandeling van de geschiedenis van het geld.
Dit nieuwe onderzoek biedt zicht op de feitelijke muntcirculatie – een lang gekoesterde wens van de numismatiek. Bovendien komen mensen in beeld, van wie we tot nu toe heel weinig weten. En dat terwijl zij meer dan de helft van de beroepsbevolking uitmaakten: arbeiders, knechten en dienstmeiden. We ontdekken letterlijk hoeveel geld zij in hun zak hadden en hoeveel geld zij spaarden. Ten slotte mondt deze studie ook uit in een cultuurgeschiedenis van het geld. Wat betekende geld in het leven van mensen? Hoe gingen mensen met geld om?
Hoe functioneerde geld in de vroegmoderne samenleving? Numismaten blijven het antwoord op deze vraag schuldig omdat ze zich voornamelijk richten op de productie van munten en niet op het gebruik ervan. Historici hebben vooral aandacht voor het grote geld van bankiers en groothandelaren die hun transacties bij voorkeur verrichtten via wisselbrieven en girale vormen van betaling. Het dagelijkse betalingsverkeer van meer dan 99% van de bevolking blijft op deze manier buiten ons blikveld.
Doet het er dan toe hoe mensen elkaar met klinkende munt betaalden? Is geld geen neutraal medium dat vanzelf rolt? Welnu, de monetaire praktijk was altijd lastig, ook in de Nederlanden in de decennia rond 1800. Banken stonden alleen ten dienste van de groothandel en de overheid zag het niet als haar taak om dagelijkse betalingen te faciliteren. Het sprak dan ook helemaal niet vanzelf dat er voldoende muntgeld voorhanden was. Een tekort aan pasmunt had nogal wat consequenties. Het was niet alleen lastig voor de middenstand, maar het bemoeilijkte ook een verzakelijking van de arbeidsrelaties. Bij gebrek aan klein zilvergeld kon een werkgever beter een inwonende knecht aannemen dan arbeiders die hij per dag of week moest betalen.
Is het mogelijk om een geschiedenis van het dagelijkse geldgebruik te schrijven? De moeilijkheid is vaak een geringe beschikbaarheid van relevante documenten. In de beide Limburgen vloeien de bronnen echter rijkelijk omdat deze regio in staatkundig opzicht versnipperd was. Geld uit de Oostenrijkse Nederlanden, het prinsbisdom Luik, de Hollandse Republiek, Frankrijk en allerlei Duitse staten werd hier in de achttiende eeuw door elkaar gebruikt. In de negentiende eeuw volgden pogingen tot unificatie van de geldcirculatie door achtereenvolgens Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk van Willem I en België – maar in de praktijk vergrootten zij de verscheidenheid aan geld verder. Deze monetaire chaos noopte menigeen om exact vast te leggen, met welke munten hij een transactie verrichte.
