Microkrediet rond 1900
De wetgever is bezig de Pandhuiswet op te poetsen. Deze wet werd honderd jaar geleden ingevoerd om woekerpraktijken tegen te gaan.
Of ik een echte verzamelaar ben, moet ernstig worden betwijfeld. Iemand voor wie verzamelen een levensvervulling is, iemand die vindt 'Ik verzamel, dus ik ben'... nee, zo iemand ben ik niet. Toch word ook ik van tijd tot tijd gedreven tot de jacht naar zeldzame spullen.
Laatst werd mijn jagersinstinct uit zijn dommel gewekt toen ik in een oude krant de roman 'Wolven in menschengedaante' tegenkwam. Ik bekeek die krant voor mijn onderzoek naar misstanden in het pandhuiswezen, die de Nederlandse wetgever inspireerden tot invoering van de Pandhuiswet (1910).
Bestaande toestanden
De Pandhuiswet, die de 'kleine man' bescherming moest bieden tegen woekerende pandjesbazen, heeft honderd jaar bestaan zonder ooit te zijn aangepast aan veranderde omstandigheden. Pas sinds kort worden stappen gezet ter modernisering van de wet. In een volgende column ga ik hier dieper op in. Eerst kijk ik met u naar het verleden. Ons doel is iets te weten te komen over de woekerpraktijken die aanleiding waren voor het ontstaan van de wet.
Het boek 'Wolven in menschengedaante' dient ons hierbij tot bron. Na een internetzoekactie tikte ik het vrij gemakkelijk op de kop. Ik geef u de volledige titel: 'Wolven in menschengedaante. Roman uit het woekeraarsleven'. Auteur was L. Hamme, die met het boek in 1910 zijn debuut maakte.
De roman heeft een voorrede van Joh. J. Belinfante. Belinfante was voorzitter van de Nationale Vereniging tot Bestrijding van de Woeker. Deze instelling heeft een wezenlijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de Pandhuiswet. Belinfante verzekert de lezer dat de goed gedocumenteerde Hamme uitsluitend bestaande toestanden schildert.
De wolven in mensengedaante heten Simon en Rosie. Zij vormen een echtpaar dat in Schiedam een pandjeshuis exploiteert. De cliëntèle bestaat hoofdzakelijk uit vrouwen.
Zelfmoord
Wekelijks komen de klantjes hun panden aanbieden. Hun echtgenoten hebben er, als zij zich op zondag in hun beste pak steken, meestal niet het flauwste vermoeden van dat deze kleren op maandag in het pandjeshuis belanden. Zodra de arbeidsman op zaterdag zijn loon heeft afgedragen, spoedt de huisvrouw zich daarmee ongemerkt naar het pandjeshuis om het zondagspak te 'lossen'. De hele gang van zaken levert de vrouw een luttel bedrag aan krediet op, waarmee ze door de week eten moet kopen. Zij is hanggeld en rente verschuldigd (doorgaans 5 procent). Kan zij haar schuld aan het 'woekerpaar' niet ten volle inlossen, dan wordt er over haar achterstand 25 procent rente in rekening gebracht. Een van de vrouwen in de roman raakt door de pandjespraktijk zo diep in de financiële puree dat zij uit wanhoop zelfmoord pleegt.
Vorige week viel mijn oog op een bericht in de krant: om de zelfmoorden een halt toe te roepen, zouden de microkrediet-verstrekkers in de Derde Wereld zich aan strenge anti-woekerregels moeten onderwerpen.
Onwillekeurig moest ik denken aan het slachtoffer uit die roman.
Auteur: Gerard Borst
Bron: http://www.telegraaf.nl/overgeld/experts/gerardborst/article8906738.ece
