Muntslag van de Groninger Ommelanden 1579-1591

Van 2 september t/m 12 oktober 2008 was in het Geldmuseum de expositie Muntslag van de Groninger Ommelanden 1579-1591 te zien. Deze expositie geeft een overzicht van de muntslag van de Groninger Ommelanden aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog. In de periode 1579 - 1591 is er op naam van de Staten der Ommelanden op maar liefst drie plaatsen munt geslagen. Ook was de Muntslag van de Groninger Ommelanden niet onomstreden, onder andere omdat de muntslag voornamelijk buiten het eigen gebied werd uitgeoefend.

 

De Groninger Ommelanden omvatten zo ongeveer de huidige provincie Groningen zonder de stad Groningen. De Ommelanden zijn ten tijde van het begin van de Tachtigjarige Oorlog medeondertekenaars van de Unie van Utrecht (1579). Daarmee maken zij als één geheel deel uit van een los verbond van gewesten die tegen de Spaanse koning in opstand zijn gekomen: De Republiek der Verenigde Nederlanden.

 

Aanleiding

De vondst van een Ommelander daalder van 30 stuiver in Griekenland, vormde de aanleiding voor deze expositie. Een Duitse assistent-wetenschapper aan de Universiteit van Jena aan wie de daalder werd getoond, viel op dat de munt de afkorting DNR bevatte in het omschrift op de voorzijde. Het Geldmuseum in Utrecht werd gevraagd wat deze afkorting betekende en wat voor een soort munt het betrof. Meteen was duidelijk dat deze daalder was geslagen in opdracht van de DomiNoRum van FRIsia INTer AMAsum et LAVRacum (de heren van Friesland tussen Eems en Lauwers, ook wel aangeduid als Ommelanden).

 

Studie

Voor J.G. (Jan) Stuurman als onderzoeker Muntvondsten verbonden aan het Geldmuseum, vormde deze vondst de aanleiding om studie te doen naar wanneer, waar en waarom op naam van de Groninger Ommelanden werd aangemunt. Hij baseerde zich daarbij voornamelijk op twee belangrijke bronnen, te weten: onderzoek verricht door de archivaris van de provincie Groningen in 1857 mr. H.O. Feith en een artikel van de hand van een lid van de bekende numismatenfamilie Schulman in het Jaarboek voor Munt- en Penningkunde (1915). Stuurman voegde daar zijn eigen bevindingen aan toe. De onderzoeksresultaten werden in de laatste drie nummers van De Beeldenaar in 2007 gepubliceerd.

 

Namaak

Uit de studie van Stuurman komt naar voren dat de munthuizen waar op naam van de Ommelander Staten is gemunt, tussen 1579 en 1591, achtereenvolgens op drie verschillende plaatsen (Appingedam, Gorinchem en Culemborg) gevestigd zijn geweest. Opvallend is de vestiging in Gorinchem en Culemborg, immers ver gelegen van het ‘thuisland'. Dit had te maken met de bezetting van dit thuisland door Spaans gezinde troepen. Verder is duidelijk geworden dat productie van de eerste munt in Appingedam weinig omvangrijk is geweest. Dat valt af te leiden uit het geringe aantal bewaard gebleven exemplaren van de daar geslagen Ommelander muntsoorten. Hetzelfde geldt voor de productie in Gorinchem.

 

De muntslag op naam van de Ommelander Staten is in Culemborg opnieuw van geringe omvang. Wel werden daar grote hoeveelheden kopieën van Engels goudgeld aangemunt op naam van de Engelse koning. Hoewel van goed gewicht en gehalte betrof dit regelrechte namaak.

 

‘De Muntslag van de Groninger Ommelanden' biedt een overzicht van de muntslag in de context van het begin van de Tachtigjarige Oorlog en meer in het bijzonder in de context van de muntslag elders in de Nederlanden op dat moment. Ter gelegenheid van deze expositie verschijnt een speciale uitgave van De Beeldenaar met daarin de bundeling van de drie artikelen van Jan Stuurman.

Bij de tentoonstelling is een brochure verschenen geschreven door Jan Stuurman.

 

Op de website van de Numismatische Kring Groningen is een digitale catalogus Groninger Munten en Penningen te vinden.