Verhalen uit het pre-Nibud-tijdperk

Budgetteren in historisch persectief

Lezing door Gerard Borst voor vrijwilligers van het Rode Kruis
Geldmuseum, 4 juli 2009

U geniet, mag ik hopen, van uw aanwezigheid in het Geldmuseum, een museum over geld en geldcultuur. Even op u laten inwerken: geld en geldcultuur. Geld is zo alledaags als water. Maar geldcultuur – wat is dat nou eigenlijk? Een definitie kan nooit kwaad:

De term geldcultuur verwijst naar het op geld betrekking hebbende doen en denken van mensen in een bepaalde groep of samenleving.

U zou me een pak rammel mogen verkopen als ik een illustratief voorbeeld achterwege liet.

De sharia, de islamitische plichtenleer, verbiedt het lenen en uitlenen van geld tegen rente. Overtreding van dit verbod op 'riba' – dat is de term die moslims in dit verband gebruiken – is volgens de profeet Mohammed erger dan overspel met 36 vrouwen. Hoe is dit verbod ontstaan en waarom houdt de islam eraan vast? Van iemand die deze vragen probeert te beantwoorden kun je zeggen dat hij zich bezighoudt met de geldcultuur van moslims.

Gesnopen, dames en heren? Zo ja, dan ga ik verder met te vertellen dat geldcultuur míjn domein is in dit museum; mijn functie is 'onderzoeker geldcultuur'. Het renteverbod in de islam is trouwens niet mijn hoofdonderwerp. Het was maar een voorbeeld in het kader van een begripsverheldering. Ik zal u zeggen wat mij wél van de straat houdt.

Als ik mijn onderzoekerspet draag, dan richten mijn bezigheden zich op:

de cultureel-gevormde manieren van doen en denken die samengebracht kunnen worden onder de noemer 'gedisciplineerde omgang met geld'.

Van gedisciplineerd omgaan met geld is sprake als mensen budgetteren en uit eigen beweging sparen voor later. Bij mijn onderzoek probeer ik aannemelijk te maken dat deze manieren van financieel doen, die onlosmakelijk verbonden zijn met bepaalde manieren van financieel denken, zich tegen het eind van de negentiende eeuw in Nederlandse burgergezinnen al tot een tweede natuur hadden ontwikkeld. Dat is één. Twee is dat ik de vraag wil beantwoorden in hoeverre deze burgerlijk-terughoudende omgang met geld in de loop van de twintigste eeuw op de voorgrond trad in het particuliere leven van Nederlandse arbeiders. Kan ik empirisch bevestigen dat arbeiders in het twintigste-eeuwse Nederland inderdaad een toenemende geneigdheid tot gedisciplineerd omgaan met geld vertoonden, dan is het vervolgens interessant om na te gaan in hoeverre deze 'verburgerlijking' samenhing met de drang om vooruit te komen in de wereld.

Zoals u hebt kunnen horen, heeft ook het onderwerp 'budgetteren' mijn aandacht. Onder budgetteren versta ik:

het binnen een huishouding op elkaar afstemmen van inkomsten en uitgaven en het gebruik van administratieve middelen daarbij.

Ik herhaal het laatste deel van de definitie: 'en het gebruik van administratieve middelen daarbij'. Ziezo, dat was om u onder de neus te wrijven dat 'huishoudelijk boekhouden' een plaats heeft op mijn wetenschappelijke agenda.