Verhalen uit het pre-Nibud-tijdperk-2
Over beschavingsarbeid gesproken: bij die term moet ik tegenwoordig vaak denken aan Emma Winslow, een Amerikaans huishoudeconome. Zij was verbonden aan de New York Charity Organization, een instelling die in 1916 een offensief inzette, gericht op de armen van de stad. Deze mingegoeden, vond men, moesten de geldcultuur van de Amerikaanse middenklasse deelachtig worden. Uit impulsieve consumenten moesten burgers worden gekneed die gedisciplineerd met geld omgingen. Emma Winslow was de drijvende kracht achter dit offensief. Aan vrouwen uit de sociaal zwakke doelgroep werd het gebruik van een huishoudboekje bijgebracht, dat volgens bepaalde regels moest worden ingericht. Emma Winslow was een krachtig pleitbezorger van dit pas ontwikkelde boekhoudsysteem.Is er in de geschiedenis een vrouw te vinden die valt te karakteriseren als de Nederlandse Emma Winslow?
Eind 2004 kreeg het Geldmuseum van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) een groot aantal documenten in langdurig bruikleen. De aanduiding 'sublieme aanwinst' is hiervoor niet overdreven. Wie de tijd neemt stuit bijvoorbeeld op twee interessante boekjes, ruim een halve eeuw geleden uitgegeven en getiteld Het gezinsbudget en Ik moet uitkomen.
De publicaties zijn van de hand van Jeannette Polak-Kiek. Het gezinsbudget, dat de huisvrouw aanspoort een boekhouding bij te houden, zag het licht in 1951. Het was een uitgave van het Werkcomité Doelmatige Inkomstenbesteding, in de naoorlogse jaren van herstel en wederopbouw een afdeling van het ministerie van Sociale Zaken. Het exemplaar van Ik moet uitkomen – ook volgens dit werkje moeten huisvrouwen boekhouden – is een tweede druk. De eerste druk dateert uit de jaren dertig, Polak-Kieks meest productieve jaren. Behalve Ik moet uitkomen verschenen van haar in die periode: Administratie voor de vrouw, Financieel beheer in de huishouding, Gezond verstand bij de besteding van het inkomen en Gezinsfinanciën en het nut van budgetbureaux.
Zoals u hebt kunnen horen, bevat de laatste titel het woord 'budgetbureaux'. Met budgetbureaus heeft Polak-Kiek zich niet alleen in theoretische, maar ook in praktische zin bemoeid. Eind jaren dertig had zij de leiding over drie van zulke bureaus: een in Amsterdam, een in Rotterdam en een in Den Haag. De bureaus waren gevestigd in filialen van de Bijenkorf. Ik ontleen deze informatie aan een interview van Het Vaderland met Polak-Kiek (ochtendeditie van 30 december 1939). Na geïntroduceerd te zijn als de geestelijke moeder van de budgetbureaus schetst Polak-Kiek een beeld van haar werk. Tijdens een spreekuur dient zij mannen en vrouwen die haar hun geld- en begrotingsproblemen voorleggen gratis van advies. Steevast houdt zij haar cliënten voor dat elk huishouden een goede administratie behoeft; de gezondheid van ons budget gaat erdoor vooruit, wat elk gezin op zichzelf ten goede komt en zodoende heel het Nederlandse volk.
Bij het budgetbureau in de Haagse Bijenkorf kon men terecht sinds begin september 1939. Het Vaderland had zich de opening niet laten ontgaan. 'Goed financieel beheer in de huishouding, een eerste voorwaarde voor geluk in het gezin,' kopt de avondeditie van de negende van die maand. In het daaronder volgende bericht lezen we:
Vele financiëele débâcles, vele gestrande huwelijken, vele echtscheidingen zouden voorkomen zijn, indien het mogelijk ware geweest, het huishouden op een wetenschappelijk berekende begrooting steunend, te kunnen besturen. Waar eigen kennis en inzicht dikwijls falen, moet er een mogelijkheid bestaan, deze leemte door een ander te doen aanvullen. Voor hen die een gezin gaan stichten, geldt natuurlijk het gezegde: 'Beter voorkomen dan genezen'. Zij kunnen voor hun financiëelen opzet dadelijk gebruik maken van de hulp van het budget-bureau.
Uit het bericht valt op te maken dat Polak-Kiek bij die hulp vooral dacht aan jonge mensen uit de kleine burgerij en de betere arbeiderskringen.
Ik typeerde de jaren dertig als Polak-Kieks meest productieve jaren. Daarmee heb ik niet willen zeggen dat zij in de periode daarvóór weinig heeft betekend. Voor een van haar belangrijkste wapenfeiten moeten we terug naar de tijd van de Eerste Wereldoorlog, toen zij op de huishoudscholen in Nederland de vakken administratie en boekhouden invoerde.
Was Jeannette Polak-Kiek de Nederlandse Emma Winslow? In dit stadium weet ik van Winslow noch Polak-Kiek voldoende af om daar een gefundeerde uitspraak over te doen. Op z'n minst lijkt mij sprake van een familiegelijkenis. Maar eigenlijk doet de vraag er niet zo veel toe. Los ervan is Polak-Kiek al interessant genoeg. Met haar stimuleren van het boekhoudonderricht op huishoudscholen, haar advisering in de randstedelijke budgetbureaus en haar publicaties heeft zij ertoe bijgedragen dat meer en meer mensen meer en meer burgerlijk-terughoudend met geld omgingen. Voor mijn part noem je dat beschavingsarbeid.
Geachte aanwezigen, ten slotte nog dit. Ik noemde het Nibud. Deze prijzenswaardige instelling bestaat binnenkort dertig jaar. Dit zal medio november in het Geldmuseum worden gevierd met een feestelijk symposium. Naar verluidt zal hierbij een zekere Máxima Zorreguieta aanwezig zijn. Ter gelegenheid van dat jubileum wilde ik Jeannette Polak-Kiek en haar Bijenkorf-budgetbureaus in een boekje in het zonnetje zetten. Jammer maar helaas, we kregen de financiering niet rond. Wat kan het lot van een onderzoeker geldcultuur toch treurig zijn.
