Wat is geldcultuur?

Geldcultuur is in het Geldmuseum een belangrijk onderzoeksdomein. Maar wat is het? Onderzoeker geldcultuur Gerard Borst geeft uitleg.

 

'De Ieren zijn anders dan wij. Hun nationale elftal voetbalt slechter. Aan de andere kant doen zij het beter op het Songfestival. Maar er is nog een verschil. De Ieren springen nonchalanter om met papiergeld. Bewaren de nette Nederlanders de eurobiljetten in hun portemonnee, de slonzige Ieren stoppen ze in hun broekzak. Hierdoor scheuren de biljetten sneller en worden ze eerder vies. Volgens de Europese Centrale Bank, die toeziet op het geldverkeer in de eurozone, is met name de snelle kwaliteitsvermindering van de briefjes van vijf in Ierland reden tot zorg.

 

Laatstgenoemd verschil tussen de twee volken valt aan te duiden als een geldcultureel verschil. Waaraan is het toe te schrijven? Wie dit een interessante vraag vindt, beweegt zich op mijn terrein.

 

Ander voorbeeld. De sharia, de islamitische plichtenleer, verbiedt het lenen en uitlenen van geld tegen rente. Overtreding van dit verbod op 'riba' - dat is de term die moslims in dit verband gebruiken - is volgens de profeet Mohammed erger dan overspel met 36 vrouwen. Hoe is dit verbod ontstaan en waarom houdt de islam eraan vast? Van een onderzoeker die deze vragen probeert te beantwoorden kun je zeggen dat hij zich bezighoudt met de geldcultuur van moslims.

 

Hopelijk werken mijn voorbeelden verhelderend. Ik probeer vooral duidelijk te maken dat ik bij de bestudering van het verschijnsel geld mijn blik laat vallen op mensen - mensen die op een bepaalde manier denken, mensen die op een bepaalde manier handelen.

De onderzoeker geldcultuur van het Geldmuseum is een bevoorrecht man. Hij mag in werktijd een boek schrijven. Dat boek gaat over de bevordering en verbreiding van de spaarzin in Nederland. Mijn speciale aandacht gaat uit naar de Nederlandse arbeiders, die in de negentiende eeuw nauwelijks tot sparen kwamen. Het moet nog nauwkeurig worden uitgezocht, maar het lijkt erop dat de spaarzin van de arbeidersbevolking pas in de loop van de twintigste eeuw - preciezer: in de jaren na de Eerste Wereldoorlog - substantieel begon te worden. In hoeverre hing dit samen met een verandering in de cultuur van de arbeiders?

 

Behalve aan mijn boek besteed ik tijd aan de programmering van het GeldcultureelCafé. In het GeldcultureelCafé kan iedereen met een brede belangstelling voor het verschijnsel geld komen kijken en luisteren naar een geleerde man of vrouw die een lezing houdt. Er wordt gestreefd naar een grote variëteit. "Geld en stront", "geld en levensgeluk", "het gokken in Nederland als een respectabel commercieel vermaak" - het is maar een greep uit de veelheid aan onderwerpen die de cliëntèle de komende jaren tegemoet kan zien.'